Menu

Propagatiebericht: Voor Wie en Waarom?

Mad Medic 8 uur ago 0 0

Net als mij lees je als lerend radioamateur of als Luisteramateur graag de propagatieberichten die altijd netjes verzorgd worden door Tom Koeken, (PC5D ) EN ondanks dat ik toch echt mijn best doe om de lesstof te vertalen naar de praktijk vind ik dit in het geval van propagatie altijd erg ingewikkeld. Al die kreten over indexen, scatter en meer.

Ik ben vast niet de enige, dus sinds een paar weken probeer ik middels een aanvulling op het propagatienieuws op de facebook de beginnend lezer de praktische gevolgen van die verwachting te geven.

Maar mooier is natuurlijk als je dat straks niet meer hoeft te gebruiken en die afleiding zelf kunt maken.

Dus daar gaan we, het is voor de beginners maar misschien voor de ervaren radioamateur even een ‘oh ja’ momentje.

Wat is propagatie nou eigenlijk? 

Als je met radio werkt – of dat nou met een portofoontje is, een SDR of een complete shack – merk je al snel dat je bereik niet alleen afhangt van je antenne of je vermogen. Soms kom je met 5 watt de halve wereld over, en soms lukt een verbinding naar Duitsland niet eens. Dat mysterieuze gedrag heet propagatie: de manier waarop radiosignalen zich door de atmosfeer verspreiden.

Je kunt het zien als het weer, maar dan voor radiogolven. En net zoals bij het echte weer zijn er goede dagen, slechte dagen en dagen waarop alles ineens raar doet.

Laten we de belangrijkste begrippen eens op een normale manier uitleggen.

Zonneflux, zonnevlekken en waarom de zon zich ermee bemoeit 

De zon is voor radio wat WiFi is voor je telefoon: als ’ie meewerkt, gaat alles beter.

Zonnefluxindex (SFI) 

Dit is een getal dat aangeeft hoeveel energie de zon uitstraalt die de ionosfeer (een soort elektrisch geladen luchtlaag hoog boven ons) kan opladen. 

– Lage SFI → matige HF‑condities 

– Hoge SFI → hogere frequenties gaan verder en beter

Denk aan de ionosfeer als een trampoline: hoe harder de zon erop schijnt, hoe beter hij radiogolven terugkaatst.

Zonnevlekkengetal 

Zonnevlekken zijn donkere plekken op de zon waar veel activiteit is. Hoe meer vlekken, hoe actiever de zon. 

Meer activiteit = betere propagatie op de hogere HF‑banden.

Kp‑index 

Dit is een maat voor hoe onrustig het magnetisch veld van de aarde is. 

– Lage Kp → rustige omstandigheden, ideaal voor HF 

– Hoge Kp → storing, ruis, soms complete blackouts

Bij een hoge Kp‑index kun je soms wel aurora‑verbindingen maken, maar voor gewone HF‑verbindingen is het alsof iemand je antenne in een magnetron heeft gelegd.

MUF en kritische frequentie 

Dit zijn termen die je vaak ziet in propagatiegrafieken.

MUF (Maximaal Bruikbare Frequentie) 

De hoogste frequentie die nog door de ionosfeer wordt teruggekaatst. 

Is de MUF bijvoorbeeld 18 MHz, dan kun je op 20 meter (14 MHz) prima DX’en, maar 10 meter (28 MHz) blijft dicht.

Kritische frequentie 

Dit is de frequentie waarbij een signaal dat recht omhoog wordt gestuurd nog net wordt teruggekaatst. 

Het is een soort “basisniveau” van de ionosfeer.

Tropo, Sporadic‑E, meteoren en andere gekkigheid 

Niet alle propagatie komt door de zon. Soms helpt het weer, soms helpen meteoren, en soms doet de atmosfeer gewoon iets onverwachts.

Tropo (troposferische propagatie) 

Bij hoge druk kan de luchtlagenstructuur radiogolven buigen, waardoor VHF‑ en UHF‑signalen veel verder komen dan normaal. 

Denk aan een soort onzichtbare glijbaan voor radiogolven.

Sporadic‑E (Es) 

Dit zijn tijdelijke, dichte wolkjes geladen lucht in de E‑laag van de ionosfeer. 

Ze kunnen ineens 6m, 4m of zelfs 2m open gooien. 

Het is onvoorspelbaar, maar als het gebeurt, is het feest.

Meteoorscatter 

Meteoren laten korte ionisatiesporen achter. 

Radioamateurs gebruiken die sporen om signalen te laten weerkaatsen. 

Het klinkt futuristisch, maar het werkt echt.

Aurora 

Bij hoge Kp‑waarden kan poollicht ontstaan. 

Radiogolven kunnen dan via de aurora reflecteren, maar klinken vaak wat “krakerig”.

EME (Earth‑Moon‑Earth) 

Dit is de ultieme vorm van propagatie: je stuurt je signaal naar de maan en vangt het weer terug. 

Het werkt alleen als: 

– de maan goed staat (declinatie) 

– de padverliezen laag zijn 

– de ruis beperkt is 

Het is een beetje alsof je probeert te bellen via een spiegel die 384.000 km verderop hangt.

Waarom is dit allemaal handig? 

Omdat je met deze kennis kunt voorspellen wanneer welke band open is. 

Wil je DX’en op 10 meter? Dan wil je: 

– hoge SFI 

– veel zonnevlekken 

– lage Kp 

– een hoge MUF 

Wil je juist low‑band (80/160m) werken? 

Dan wil je vooral rustige omstandigheden en een lage Kp‑index.

Samengevat 

Propagatie is simpel gezegd het “weerbericht voor radiogolven”. 

De zon, de atmosfeer, het magnetisch veld en zelfs vallende sterren bepalen hoe ver je komt. 

Als je die termen een beetje begrijpt, kun je veel beter inschatten wanneer je radio echt tot leven komt.

Roy Schuurmans  NL14338

Written By

Leave a Reply

Leave a Reply

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *